Maandag wasdag

Ik ben een duizendpoot met duizend- en-één ideeën. Dus de opdracht van dag 6 van de blogchallenge is aan mij niet besteed. Brainstormen? Welnee, ideeën genoeg, ik zou er iedere dag wel honderd blogs mee kunnen vullen… Maar is dat wat ik wil? Nee, ik wil juist structuur aanbrengen in al die ideeën, zodat ik er ook echt iets mee ga doen. Want in de uitvoering blijft het nog weleens steken… En dan loopt mijn hoofd over alsof het een kapotte wastrommel is!

Die beeldspraak komt niet geheel toevallig uit de lucht vallen: het is maandag wasdag vandaag. En naast de was moet er ook het nodige in huis worden gedaan. Dat gaat echt even voor, maar in mijn achterhoofd blijft het rommelen. Dus klieder ik ‘s avonds snel wat a-viertjes vol. Eigenlijk had ik een leuke blogkalender willen invullen, maar ach, daar passen ze toch vast niet allemaal op. En ook per dag heb ik al te veel ideeën om er met goed fatsoen eentje uit te kunnen kiezen om over te bloggen.

Het lukt me goed mijn interne criticus uit te zetten en niet te snel te oordelen, maar al gauw denk ik:Ja duh, dit is het lijstje dat je altijd opnoemt. Je wilt op stap, dingen doen, dingen leren, nou toe dan, doe het dan! En ga er dan over schrijven, zoals je steeds zegt te willen doen. Betrek er ook eens een keer anderen bij, die medeblogster bijvoorbeeld die ook vaker naar buiten wil, de natuur in! Maar het is al laat. Morgen nog maar eens goed verder nadenken en brainstormen, wie weet wat er allemaal nog meer uitrolt…

 

 

 

 

 

Rotterdam rules!

Regels, ik heb er eigenlijks niks mee. Als ik op een deur lees dat ik moet trekken voordat deze opengaat, duw ik toch, automatisch… En als ik rechtsaf moet gaan om op de plaats van bestemming te komen,  kijk ik altijd stiekem even wat er links te zien is… Met andere woorden: ik doe eigenlijk het liefst waar ik zelf zin in heb. Ook als het om schrijven gaat. En toch rijgen nu woorden zich als vanzelf aaneen tot regels die in het vaststaande frame van mijn blog komen te staan. Dit stoort me dan gek genoeg weer niet. Integendeel: het is soms wel eens prettig om over sommige regels niet na te hoeven denken, dat geeft weer ruimte voor andere dingen…

Bijvoorbeeld je af te vragen wat de regels zijn voor een geslaagd festivalbezoek bijvoorbeeld 🙂
Al bijna 25 jaar bezoek ik jaarlijks wel één of meerdere dagen het Internationale Film Festival in Rotterdam (IFFR). Aanvankelijk samen met manlief en dit keer voor het eerst met oudste dochter en mede-filmgek Luna. Ze is echter niet zo’n alternatieve filmkijkster als ik en wilde dus graag een beetje een veilige weg vinden door het programma. Tja, hoe doe je dat? Ik liet me ook nu weer leiden door regel nummer

1: Laat het toeval bepalen wat er op je pad komt.
Dit keer stuitten we al bladerd door de festivalkrant op twee films: A Hustlers Diary (een Zweedse film, dus altijd goed) en Réparer les Vivants, die dochterlief inschatte als variant op If I stay, dus ook automatisch goed.

2: Blijf bij je keuze, ook al lees je vervolgens de eerste, negatieve recensies.
Zo zou Réparer les vivants na een spannend begin instorten als een baksteen, lazen we. Maakt niet uit, ook een slechte film zien, moet je een keer hebben meegemaakt. En wie zegt dat die recensent er zoveel verstand van heeft?

3: Zorg dat je bijtijds in de zaal bent.
Niet alleen voor het beste plekje of een goed gesprek met die charmante zaalwacht, maar ook en vooral om het overige publiek eens goed te kunnen bekijken. Nog nooit zoveel hoogopgeleide, welbespraakte en keurig uitziende mensen bij elkaar gezien.

4: Neem voldoende proviand mee.
En schroom niet dit tijdens de film te nuttigen, ook al lees je overal dat er in de zaal niet gegeten of gedronken mag worden. Tijdens festivals gelden andere regels. Al is het niet aan te raden je crispy m&m’s te nuttigen tijdens een scene waarin geluidloos een hart-transplantatie wordt verricht, sorry buurman!

5: Schrik niet van onverwachte gebeurtenissen in de zaal.
Tijdens die bewuste scene in Reparer les vivants klonk er in de donkere zaal ineens een gil en sprongen mensen overeind. Iemand (een dokter, zo bleek) sprintte de trap op, er floepten lichtjes van mobieltjes aan om te kijken wat er aan de hand was, terwijl ondertussen de film gewoon doorging…

6: Klap na afloop zo hard je kunt.
Zelfs als je het een slechte film vindt, en zeker als de regisseur, producer en hoofdrolspeler in de zaal zitten. Zo vaak maken ze nou ook weer niet live zo’n enthousiasme voor hun werk mee.

7: Ga pas de zaal uit als de laatste noot van de aftitelingsmelodie heeft geklonken.
Zo’n lange rij namen van medewerkers heb je nog nooit gezien. En echt iedereen staat erbij, weet ik uit ervaring. Zo mocht ik ooit voor de film Pluk van de Petteflet een boom maken van papiermache en bloemen van crêpepapier. Zelfs dat piepkleine aandeel werd beloond met mijn naam op de aftiteling, iets waar ik nog steeds trots op ben!

8: Kom volgend jaar weer terug naar het leukste filmfestival ter wereld.
Rotterdam rules! De stad is altijd al bruisend, maar tijdens het IFFR voel je helemaal overal de bubbels van afspatten, genieten geblazen dus!

PS Over regels gesproken… Boven een blog hoort vast een foto te staan die duidelijk de lading dekt. Ik vond echter de foto van mijzelf 25 jaar geleden in mijn  Rotterdamse huisje zo leuk, vandaar 🙂