Passie voor Pasen

Pasen, vieren we dan het voorjaar, genieten we vooral van lekker eten of staan we stil bij het geloof? En in het laatste geval: wiens geloof dan eigenlijk? In deze stille week een mooie vraag.

Voor de meeste mensen is Pasen net zoals Kerstmis een familiefeest waarbij je verplicht met elkaar aan tafel moet zitten voor een uitgebreide brunch, bijna naadloos gevolgd door een omineus diner. Alhoewel in het voorjaar met lekker weer een barbecue gelukkig ook is toegestaan. De week voor Pasen wordt dan ook gevuld met het hele huis spik en span maken, inkopen doen, naar de kapper gaan, nieuwe kleding kopen… kortom: druk, druk, druk.

De laatste jaren zorg ik ervoor dat ik niet pas zondag, maar al donderdag klaar ben met alle drukte. Met het ademloos kijken en vooral luisteren naar The Passion begint voor mij al het paasweekeinde.  Het is een prachtig concept: het lijdensverhaal van Jezus Christus prime-time op televisie, met bekende artiesten die ons met behulp van mooie songs meenemen langs het Laatste Avondmaal, de Judaskus, de drie keer kraaiende haan bij Petrus en het gruwelijke ophangen van Jezus aan het kruis. Op Goede Vrijdag nog wel… Gelukkig weten we dat hij een paar dagen later weer uit de dood opstaat, toch een happy end 😉

Het is een daverende spektakel midden in die stille week en tegelijk een mooi begin van Pasen. Een feest dat voor mij eigenlijk tot voor een paar jaar geleden ondanks mijn rooms-katholieke achtergrond niet meer was dan de markering van het begin van het voorjaar. In mijn jeugd ben ik wel eens in de kerk bij een zogenoemde kruisgang geweest: een rijkelijk bewierookte tocht langs de schilderijen in de kerk die de lijdensweg afbeelden van Jezus Christus, voorzien van de nodige gebeden. Ik vond het nooit zo mijn cup of tea eerlijk gezegd. Terwijl ik het nu wel indrukwekkend vind hoe een meer dan levensgroot kruis bij The Passion door grote groepen mensen langs de straten van een stad wordt gedragen. Ieder heeft zijn eigen verhaal, zijn eigen redenen om hierbij te zijn, en juist dat maakt die tocht zo bijzonder.

Ik word dan ook kwaad als ik lees over een paar rooms-katholieke scholen die met Pasen het kruis in de ban doen, om de islamitische ouders te behagen… Afgezien van de vraag of die ouders hierom hebben gevraagd (zouden ze echt zo respectloos zijn?) ondergraaf je hiermee wel heel erg de grondslag van het christelijke geloof.  En daarbij: als The Passion alle geloven kan samenbrengen, moet dat op kleinere schaal toch ook kunnen? Ik zou zeggen: probeer het eens, met Pasen of bij een andere gelegenheid. En laat het me vooral weten: ik kom er graag verslag van doen!

Made with love

Handwerken en journalistiek, gaat dat samen? Nou, ik dacht het wel! De tijdschriften over breien en haken met name schieten als paddenstoelen uit de grond en ik schrijf dan ook al regelmatig voor deze en gene over dit onderwerp. Heerlijk hoe zo hobby en werk naadloos in elkaar overvloeien! Maar hoe  is het allemaal begonnen en hoe ben ik eigenlijk zo’n handwerk-ster geworden?

Het eerste lapje
Op mijn 8e jaar leerde ik breien, in wat toen nog de eerste klas van de lagere school heette, groep 3 nu. Ik weet nog goed hoe lastig ik het vond om het onder de knie te krijgen en hoe ik zat te ploeteren op mijn eerste lapje. In de wetenschap dat ik er zo zes moest maken, want uiteindelijk moest het een mooie speelkubus gaan worden. Gelukkig breide mijn vader stiekem ’s avonds een paar pennetjes mee. Alhoewel stiekem…  Aan zijn regelmatige steek en de toch net iets minder groezelige kleur van de gebreide ribbels kon de juf prima zien dat ik het niet allemaal zelf had gedaan. Maar gelukkig zei ze daar niets over 🙂

Modelbreister
Op mijn 15e breide ik me een slag in de rondte, zo te zien aan de vele foto’s van mezelf in zelfgebreide truien. Ik hield er zelfs een leuk bijbaantje aan over: modelbreister voor een grote breimodezaak in Arnhem. Iedere maand leverde ik een gebreide tui af die vervolgens mocht pronken in hun etalage, superleuk! De paar tientjes die ik daarvoor kreeg, spendeerde ik vanzelfsprekend gelijk weer aan nieuwe garens…

Breikriebels
Tussen mijn 20e en 30e lag het breien een beetje stil. Er waren niet zoveel handwerkzaken meer en tja: breien was eigenlijk gewoon ‘uit’. Pas toen er kinderen kwamen, kreeg ik weer de breikriebels. Niet dat ik nou dagelijks zat te breien, zoveel tijd had ik nou ook weer niet over met drie kleine kinderen, maar ze hebben allemaal wel een paar zelfgebreide dingen van me gekregen.

Hoofdredacteur
Na een opleiding styling was ik toe aan een switch in mijn carrière. Ik werd hoofdredacteur van een handwerkblad. Geen patronenblad, maar een vakblad over handwerken uit alle landen, van alle tijden, en in alle soorten. Met mijn 38 jaar was ik nog best jong voor die functie- veel lezeressen hadden al bijna het dubbele aantal jaren bereikt- maar aan mij de schone taak het blad en het lezerspubliek enigszins te verjongen. In die tijd (rond 2005) kwam de breibeweging Stitch&Bitch vanuit Amerika naar Nederland overwaaien waardoor breien weer helemaal hip werd. Niet veel later gevolgd door haken, dat ik als kind wel had geleerd maar nooit had toegepast.

Granny square boekjes
Hoog tijd dus om een haaknaald tevoorschijn te halen en daarmee (weer) iets te gaan doen. In een Flow vakantieboek las ik over granny squares haken en dat vond ik geweldig, vooral vanwege het feit dat je heel simpel in zo’n klein vierkantje met wat andere kleuren steeds een ander effect kunt bereiken. Het daagde me zo uit dat ik uiteindelijk de stoute schoenen aantrok en bij Forte Uitgevers vroeg of ik voor hen een boekje mocht maken over granny squares. Het werden er zelfs 2 (en een 1/2 als ik mijn bijdrage aan het kerstballen-haakboek meetel).

Yarnie
Na een korte episode als eigenaresse van een speelgoedwinkel keerde ik terug in de journalistiek en grappig genoeg komen de twee lijntje nu samen. Voor Simply Breien schrijf ik al sinds 2013 een rubriek met tips en berichtjes over breien en voor Breiclub.nl heb ik onlangs de eindredactie gedaan van het nieuwe tijdschrift Yarnie. Nu dat klaar is heb ik weer even tijd en vooral heel veel zin om weer meer te breien en te haken, nieuwe uitdagingen aan te gaan op dat gebied, wellicht weer een nieuw boekje te produceren (iemand een idee, roept u maar!), haakcadeautjes te maken etcetera.

Toitoi
De toitois voor mijn collega’s van SterAllures waren daarvoor een goede aanzet. Alhoewel een simpel patroontje was het toch een klus de welgeteld 32 roosje te haken, af te werken en tot een fraaie  sleutelhanger te transformeren. Met echter superleuke reacties tot gevolg. Waardoor ik me realiseerde: zie je wel, ik kan het wel! Breien en haken is veel te leuk om te doen en dat moet ik niet laten verpesten door smoesjes als: geen tijd, het wordt niet mooi, ik weet niet wat ik moet breien/haken. Als ik eenmaal bezig ben, vergeet ik namelijk alles om me heen en vind ik het heerlijk iets moois te maken. Dus mag ik best weleens trots over mezelf zeggen: ik ben niet alleen journalist maar ook een handwerk-ster!

Wil jij ook een handwerk-ster worden? Gewoon gaan breien of haken dus en doorgaan! Want hoe meer je doet hoe beter je er in wordt. Misschien ontdek je dan wel een nieuwe passie en geef je straks ook je eigen boekjes uit. Ik weet nog wel een goede correctrice hiervoor 😉

 

 

 

 

Pennen in the picture

Een van mijn eerste herinneringen is hoe ik ingespannen in de weer ben met een pen en een piepklein notitieboekje. Echt schrijven kon ik nog niet, maar het eindeloos maken van krulletjes en streepjes vond ik geweldig. Blijkbaar zat het schrijven er al jong in 😉 Alhoewel de computer tegenwoordig mijn voornaamste instrument is, kan ik nog steeds intens genieten van het schrijven met een mooie pen. De hoogste tijd voor een shoppingblog hierover!

Mijn lievelingspennen zijn de pennen van de Hema. Ik koop ze steeds in een ander kleurtje en vooral de kleine spreuken erop (Just imagine, Be extraordinary, Be you) vind ik erg leuk. Heel inspirerend om hiermee een boodschappenlijstje of een idee voor een nieuw artikel op te tekenen. Daarover gesproken: de pennen lijken enigszins op de pennen van Caran d’Ache, mijn favoriete potlodenmerk (je weet wel, van de dozen met de Mont Blanc erop).

Zo’n doosje kleurpotloden van Caran d’Ache kreeg ik al op de basisschool, evenals de Parker-pen met mijn naam erin gegraveerd. Grappig dat precies hetzelfde feloranje exemplaar nog steeds bij de Bijenkorf wordt verkocht. En dat me nu pas opvalt dat de clip een sierlijke pijl is. De betekenis van mijn naam is namelijk: boogschutster met de iepenhout boog. Hoe toepasselijk!

Ook toepasselijk zou het zijn om een pen te hebben van het merk Waterman, mijn sterrenbeeld. Ze zijn best sjiek, maar ook zeer design, zie ik bij bestudering van de website. De uitleg van de serie Perspective spreekt me echter wel aan: “Verfijnd geëtste, grafische lijnen weerspiegelen het heldere samenspel van staal en glas in een ultramodern stedelijk landschap en vormen een perfecte visie op creatieve vrijheid.” Hmm, misschien moet ik toch eens gaan sparen voor de aanschaf van zo’n fraai aqua-kleurig exemplaar?

Ook toepasselijk zijn de retro pennen van Kikkerland, een Nederlands design-merk dat ik voor het eerst ontdekte tijdens onze rondreis door Amerika. De pennen refereren aan de serie Madmen en zien er inderdaad uit alsof ze daar zo op de jaren-50 bureaus zouden kunnen rondslingeren. Aangezien ik zelf ook niet vies ben van een beetje vintage zou ik best zo’n setje willen uitproberen. En dan plant ik ze in de betonnen pennenbak, geweldig dat je daar ook echt plantjes in kunt doen. Een beetje groen mis ik nog wel op mijn bureau!Want zo groen als onze woonkamer is, zo kaal is mijn werkkamer annex kantoor nog eigenlijk. Niet alleen voor de sfeer maar ook qua duurzaamheid zou ik dat best willen veranderen. Dat ik alleen ‘mislukte printjes’ van het werk van mijn man gebruik als kladpapier is een begin. Maar misschien is een relatiegeschenk in de vorm van een pen van het duurzame materiaal kurk ook een goed idee. En voor de stylish verantwoorde touch zet ik dan de pauwenveer-pen van Hay erbij, kan ik daarmee voortaan al mijn wooninspiratie vastleggen!

Zit jouw lievelingsspen hierbij? Of heb je een andere favoriet? Schrijf je überhaupt nog weleens ouderwets met de hand? Laat het me weten, dan heb ik straks misschien weer een nieuwe pen gevonden om de puntjes mee op de i te zetten 😉

Rupsje Nooitgenoeg

Deze week is het Boekenweek: een mooi moment om eens in mijn eigen boekenkast te duiken. Ik stelde een Top-5 samen van boeken die ‘Typical me’ zijn.

1: Pippi Langkous – Astrid Lindgren
“Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan.” Die stoere uitspraak van Pippi Langkous is door de jaren heen steeds mijn lijfspreuk gebleken. Onbewust eigenlijk, want over in het diepe duiken denk ik nooit zo lang na, dat doe ik gewoon. En dus ging ik als 17-jarige naar de School voor de Journalistiek, was ik op mijn 23e eindredacteur van een huis-aan-huisblad in Rotterdam, liet ik me met 36 jaar omscholen tot stylist, werd ik nog ruim voor mijn 40e verjaardag hoofdredacteur van een vaktijdschrift voor handwerksters, opende ik als 42-jarige een speelgoedwinkel en ontdekte ik op mijn 49e het bloggen. Omdat ik het nu eenmaal leuk vind nieuwe dingen uit te proberen, omdat mijn nieuwsgierigheid onbegrensd is en omdat er nog steeds zoveel te ontdekken is in de wereld.

2: Werkwijzer voor journalistiek denken en doen – Piet Heil
De journalistiek is bij die ontdekkingsreis een perfect hulpmiddel. “Journalistiek, dat is van alles”, was een gevleugelde uitspraak van mijn lievelingsdocent Piet Heil. Bij wijze van spreken over een spijker zou je al een goed verhaal moeten kunnen schrijven, vond hij. Iets wat ik toen betwijfelde, maar inmiddels volledig onderschrijf. Als je ergens induikt, je interesseert voor het verhaal achter de mens, een project, een gebeurtenis, dan ontdek je inderdaad dat er altijd iets over te vertellen valt en meestal meer dan je wellicht dacht. Dat op te schijven en zo door te vertellen, maar er gaandeweg zelf ook het nodige over leren, dat is nog steeds wat me zo aanspreekt in de journalistiek. Door mijn eerste artikel voor Krant van de Aarde over groene kinderopvang ben ik zelf gaandeweg ook steeds duurzamer gaan leven bijvoorbeeld en door de interviews met ecobloggers kreeg ik zelf ook (weer) zin om te gaan bloggen.

3: Oei, ik groei! – Frans Plooij en Hetty van de Rijt
Ik ben eerst journalist en dan pas moeder, heb ik altijd gezegd. Wat niet wil zeggen dat mijn kinderen niet een ontzettend grote plaats in mijn leven innemen, integendeel zelfs. En vooral toen ik net moeder was, wilde ik vanzelfsprekend alles afweten van opvoeden, het ouderschap, babykwaaltjes en wat dies meer zij. Dit boek bleek een goede leidraad te zijn. Nog steeds zeggen manlief en ik tegen elkaar bij iedere puberuitbarsting: “Groeisprongetje in aantocht zeker?” Om dan rustig af te wachten tot de bui over is en de betreffende puber zich van een nieuwe (welhaast volwassen!) kant toont 😉

4: Een wereld vol granny squares – Yvonne Koop
Dankzij mijn vier kinderen heb ik zelf ook de nodige groeisprongetjes gemaakt, met name op creatief gebied. Tijdens de zwangerschap van oudste dochter (1996) leerde ik schilderen en decoreren (voor een kinderkamer van 1001 nacht), voor jongste dochter (1998) leerde ik naaien (voor een echte prinsessenkamer), voor oudste zoon (2000) ontwierp ik een persoonlijke website en voor jongste zoon zocht ik in 2007 stad en land af om een überhippe Delftsblauwe babykamer in te richten. Voor oudste nichtje ging ik aan de slag met haken: de granny squares werden zo mijn ding dat het zelfs resulteerde in twee boekjes van mijn hand hierover. Die trots in mijn boekenkast staan te prijken naast de boeken van andere (haak-)creatievelingen.

5: Shoot! – Anki Wijnen
Creativiteit en journalistiek combineren, dat is wat ik nu onder meer met bloggen hoop te gaan doen. Het laatste vak van mijn boekenkast wordt daarom zo langzamerhand steeds meer gevuld met boeken over bloggen, fotograferen, illustreren, handlettering en stempelen. Alhoewel ik nog steeds graag en veel schrijf, vind ik het (weer) steeds leuker om te fotograferen, wil ik meer met styling gaan doen en kriebelt het om een nieuw handwerkboekje te maken. En het wie weet ga ik mijn kennis en ervaring niet alleen delen via het bloggen maar ook via cursussen, bijvoorbeeld in creatief schrijven, journalistiek bedrijven of een eigen tijdschrift oprichten. Creativiteit is namelijk van alles en ik vind het allemaal even leuk!

Zo zie je maar, van een lijstje boektitels kom ik zo op een totaal nieuwe toekomstvisie, typical me 😉 Maar wel eentje die me superenthousiast en blij maakt. Heb jij ook van die boeken waarvan je gaat stuiteren, die je een goed gevoel geven over jezelf en de dingen doet? Wat is je meest inspirerende boek wat dat betreft? Welk boek zou ik beslist (ook) nog moeten gaan lezen? Ik lees het graag 😉

Tadaa, de tandenfee is in aantocht!

Mijn oudste dochter overkwam het al met net 5 jaar, jongste zoon moest bijna tot z’n 6e verjaardag wachten… het wisselen van het eerste tandje! Altijd weer een bijzonder moment en ook een beetje verdrietig. Het lijkt nog maar zo kort geleden dat het eerste tandje van je kleine doorkwam. En nu moet je wennen aan wiebeltanden en fietsenrekken, daar zijn jij en je kind wel een paar jaartjes zoet mee. Wat je ook doet met de losse tand – onder het kussen laten leggen, in een mooi zakje of doosje doen – maak er een bijzonder moment van. Het is toch weer een mijlpaal in het leven van je kind!

Voor mijn oudste nichtje kocht ik laatst een doosje Playmobil met een grote tand erbij ofwel een doosje waarin ze haar eerste wisseltandjes kan doen. Een paar zitten al wel een half jaar los, maar er uit vallen ho maar. Misschien kan er binnenkort iets in het doosje. Ze heeft er in ieder geval al keurig netjes haar naam op geschreven.

Zelf bewaar ik de tandjes van jongste zoon (met bijna 10 is hij al aan het kiezen wisselen) in een bewaarsysteem van Lumage. In de schuimrubber vorm kun je het hele kindergebitje kwijt. Zoonlief zelf vindt dat nogal griezelig – iets te veel vampierenverhalen gelezen/gezien misschien? – maar ik koester het kleinood. En voor hemzelf maak ik iedere keer een mooie foto van de lege plek die de wisseltand heeft achtergelaten. Dat wordt vast een stoere collage, ooit!

In mijn speelgoedwinkel verkocht ik houten tandendoosjes, niet zo groot, maar ideaal om de eerste paar tandjes in te doen. Die zijn toch het schattigst 😉 Je kunt de houten doosjes tegenwoordig in allerlei kleurtjes en met allerlei figuren erop krijgen, maar ik vind  de nostalgische doosjes het leukste.

Wil je echt iets bijzonders doen met de eerste tandjes, dan is een zilveren sieraad wellicht een idee. Zelf denk ik aan een tandje in een ketting verwerkt, of zal ik van alle vier een tandje in een bedelarmbandje bij elkaar laten zetten? Maar je kunt er ook een medaillon van laten maken of andere fraaie hangertjes, zag ik bijvoorbeeld via Etsy.


En last but not least kun je natuurlijk ook altijd zelf een doosje knutselen samen met je kleine. Dat kan een klein rond houten doosje zijn zoals je wel eens ziet bij Xenos of de hobbywinkel en dat je samen leuk beschildert, of gewoon een luciferdoosje. Met een mooi papiertje eromheen maak je daar al gauw een schattig bewaardoosje van. Ben je niet zo handig met knutselen, dan kun je ook deze printable gebruiken.

En jij? Heeft jouw kindje al gewisseld? Of gaat het dat binnenkort doen? Wat doe je (dan) met het eerste tandje. Ik hoor het graag!

Dood aan de mazelen


Toen ik 16 was, werd mijn vier jaar jongere broertje ineens ernstig ziek. Eerst viel het niet zo op. Hij kwam in de puberteit, werd lang en slungelig, dus het was niet zo vreemd dat hij een beetje scheef ging lopen en soms niet goed uit zijn woorden kwam. Maar de klachten werden steeds erger. Bij een neurologisch onderzoek bleek hij een ontsteking in de hersenen te hebben, waarschijnlijk veroorzaakt door de mazelen die hij als baby had gehad. Een naam was er niet voor die ziekte en een geneesmiddel al helemaal niet, zo zelden kwam de aandoening voor. Na een jaar lang thuis verzorgd te zijn, waarbij we hem steeds verder zagen aftakelen van flinke knul tot kasplantje, overleed Vincent op 21 december 1984 op 13-jarige leeftijd.

Vandaag zou hij 46 jaar zijn geworden. Aan hoe hij nu zou zijn – wat voor beroep, getrouwd, kinderen? –  denk ik liever niet. Wel aan hoe hij was: altijd in voor een geintje. Een leugentje om bestwil was daarbij geoorloofd. Zo kreeg mijn vader, toen melkboer, van een bevriende boer een doosje kievitseieren. Dat vond Vincent erg bijzonder, vooral toen hij hoorde dat de burgemeester eigenlijk het eerste kievitsei hoorde te krijgen. Op zijn crossfiets racete hij stiekem met het doosje onder de snelbinders naar het gemeentehuis en vroeg belet bij de burgemeester. Die hem allerhartelijkst ontving en bedankte voor het mooie geschenk.

Dat soort verhalen horen bij Vincent en halen we ieder jaar weer op. Maar over zijn ziekte hebben we het eigenlijk nooit meer. Terwijl ik heel lang heb willen weten hoe het nu eigenlijk heette. Per toeval ontdekte ik dat een paar jaar geleden via een blog van Hip en Hot over inentingen. Daarin vertelt Judith waarom ze mazelen zo’n enge ziekte vindt. En verwees naar een website waarop precies de ziekte stond uitgelegd waaraan mijn broertje was gestorven: SSPE, een bijzondere vorm van mazelenencefalitus.

Het gaf op een vreemde manier troost nu eindelijk te weten dat de ziekte echt bestond, dat het geen raar fabeltje was maar een officiële ziekte waaraan Vincent was gestorven. En het bewees voor mij ook maar weer eens dat de wegen van internet ondoorgrondelijk zijn. Zoekt en gij zult vinden, zeggen ze, maar dit brokje informatie vond ik zonder te zoeken. Bij deze dus duizend maal dank nog voor het delen, Judith, je hebt geen idee hoe je mij hiermee geholpen hebt!

Weekoverzicht 5/2017

Maandag 6 maart
Zodra de kinderen weer naar school zijn en ik het huis voor mezelf alleen heb, dringt het ineens tot me door: deze week is de uitvoering van de Klokkenluider van de Notre Dame! Niet één, niet twee, niet drie, maar zes keer (inclusief de generale repetitie) zullen we dit leuke stuk gaan neerzetten in een echt theater. Voor mij de eerste keer, dus bere-spannend. Ik besluit de zenuwen te verdrijven met nog maar wat extra stemoefeneningen. De van zangcoach Bram gekregen buis en de nieuwe Dopper komen daarbij goed van pas. Met de zogenoemde Lax Vox methode bubbel je zo een boel stress weg en worden je stembanden heel ontspannen. Dat zingt een stuk lekkerder 🙂

Dinsdag 7 maart
Deftig hoor: ik word geïnterviewd door een journalist van het AD voor een groot artikel over onze musical! Dat komt donderdag in de krant, dus wellicht net op tijd om nog wat laatste kaartjes te verkopen. Ook het plaatselijke huis-aan-huisblad belooft een stukje aan ons te wijden. Tussen de pr-bedrijven door werk ik hard om mijn rubriek voor Simply Breien af te krijgen. Dit keer met als thema breien en kunst, daar kan ik leuk de viering van 100 jaar De Stijl in verwerken, een van mijn favoriete kunstperiodes. De foto van mezelf in Mondriaan-trui besluit ik toch maar niet te gebruiken…

Woensdag 8 maart
Nadat ik een spontane blog over de Internationale Dag van de Vrouw heb geschreven (mijn woensdagse blogjes over journalistiek en aanverwante zaken begin ik steeds leuker te vinden), ga ik de stad in voor nog wat cadeautjes voor manlief. Die is zondag jarig, maar ook dan ben ik de hele dag in het theater, en de komende dagen natuurlijk ook. Ik ben snel klaar: een boekenbon bij de plaatselijke boekhandel en een paar streekbiertjes bij de Groene Hart winkel zijn een mooie aanvulling op wat we al eerder in Middelburg en Eindhoven hebben gekocht.

Donderdag 9 maart
Als ik ’s middags in het theater aankom, staat het grootste deel van het decor er al. Niet alleen de Notre Dame, maar ook de woonwagen voor de zigeuners, met mijn gehaakte gordijntjes voor het raam. Best wel leuk dat ik zo een piepklein aandeeltje aan het decor heb mogen leveren. De generale repetitie gaat nog niet zo best, maar dat schijnt erbij te horen… Met de peptalk van de regisseuse goed in de oren geknoopt, slaap ik verrassend snel in.

Vrijdag 10 maart
Ondanks dat de zenuwen iedereen door het lijf gieren, hebben we er zin in een paar mooie voorstellingen neer te zetten. Daarbij is de vrijdagmiddagvoorstelling toch een soort van try-out, dus mag er hier en daar nog best iets mis gaan… Dat gebeurt natuurlijk ook, maar gelukkig merkt het publiek daar (bijna) niets van. Zo ligt ineens mijn onderrok op mijn enkels. Ik stap er snel uit, schop de rok naar achteren en speel weer door alsof er niets aan de hand  is. Heerlijk om te doen en kippenvel als er na afloop een klaterend applaus en staande ovatie komt. Hier hebben we al die tijd naar toegewerkt. Even een hapje eten en dan weer door voor de tweede voorstelling. Die gaat al veel beter. Het grote genieten is begonnen!

Zaterdag 11 maart
In alle hectiek had ik nog niet eens de toitois uitgedeeld die ik had gemaakt, zelf gehaakte roosjes aan een hartvormige sleutelhanger. Parijs is immers de stad van de liefde, en ik ben echt van deze gezellige club mensen gaan houden! Gisteren hebben ze me al verwend met allerlei leuke kleine attenties, nu ben ik aan de beurt. Ook mijn toitoi wordt gewaardeerd en geeft weer nieuwe moed. Want net als gisteren moeten we vandaag weer twee voorstellingen lang spetteren. ’s Middags komt mijn beste vriendin kijken met haar man, dat maakt het extra spannend. Alhoewel ik haar gelijk ontdek in de zaal lukt het me de focus te houden en speel ik net als de anderen voluit. We komen helemaal in een flow; ook de avondvoorstelling gaat als een trein. Stuiterend van enthousiasme kom ik ’s avonds laat weer thuis. Nog maar één voorstelling te gaan, wat jammer dat het dan alweer afgelopen is! Alhoewel ik eigenlijk vroeg naar bed zou moeten om morgen weer fit te zijn, kijken we nog naar de finale van Wie is de Mol? Thomas, ik had het kunnen weten! Jammer dat ik last minute naar Sanne ben geswitched, ik zat fout. Het was toch ook wel superspannend en verwarrend dit jaar!

Zondag 12 maart
Vroeg op voor een lekker ontbijtje en cadeaus uitpakken met manlief. Daarna heb ik geen rust meer en vertrek ik naar het theater. De voorstelling is pas om half 2, maar door er bijtijds te zijn kun je nog even acclimatiseren, rustig omkleden, je laten grimen en nog even wat repeteren. Ik schrik als ik ineens bekende gezichten door de gang zie aankomen: is het al zo laat? Man en kinderen zijn gearriveerd, evenals broerlief met zijn gezin en mijn moeder. Alhoewel er door de moeheid toch weer meer dingen misgaan dan zaterdag, maken we er alsnog een mooie laatste voorstelling van. Geweldig dat ook nu weer het dak er bijna af gaat door het geklap van het enthousiaste publiek. Kunnen we echt niet nog een voorstelling spelen? Nee helaas, het decor moet gelijk na het afschminken worden opgeruimd en daarna worden we verwacht bij een restaurant in de buurt voor een afsluitend etentje, supergezellig!

Maandag 13 maart
Ik ben kapot van alle drukte van de afgelopen dagen en besluit tot een rustige nagenietdag vol SterAllurespret. De cd op volume knalhard zing ik alle liedjes nog een keer mee. Ik was mijn kostuum en zoeken alle toitois uit. Die passen mooi in het grote boek van Parijs waarin ik mijn eigen toitois had gepresenteerd. Zo heb ik een mooi aandenken aan dit geweldige weekend!

Dinsdag 14 maart
Er moet weer gewerkt worden, voor Krant van de Aarde dit keer. Volgende maand alweer is het de Dag van de Aarde en ik mag daar een aankondiging over schrijven. Ook dit jaar wil ik op de dag zelf, 22 april, weer door het land reizen om aan verschillende activiteiten mee te doen. Moeilijk kiezen, maar wel leuk om te doen. ’s Middags eten we een gebakje op de verjaardag van ons oudste nichtje die al weer 6 jaar is geworden. Er is nog genoeg over van zondag 🙂 ’s Avonds kijken we naar het grote NOS-debat met alle lijsttrekkers, maar eigenlijk heeft iedereen zijn keus al gemaakt, fijn!

Woensdag 15 maart
De dag van de Tweede-Kamerverkiezingen. Ik ga samen met jongste dochter stemmen, zij voor het eerst op Groen Links, ik voor het eerst op de Partij voor de Dieren. Toch altijd weer een mooi moment, als je je stem mag uitbrengen. Maar dat euforische gevoel is ’s avonds al weer verdwenen als de VVD zich (met 10 zetels verlies!) de winnaar mag noemen en GroenLinks (met 10 zetels winst) al weer meteen is uitgesloten van deelname aan de regering. Blij dat ik dit keer niet strategisch heb gestemd, maar op een partij naar mijn hart. Ik ben dan ook dolblij met de vijf zetels die Marianne Thieme heeft behaald.

Donderdag 16 maart
Door alle drukte is er van bloggen weinig terecht gekomen de afgelopen week. Ik duik nog even in de blogchallenge van februari en like alle deelnemers op de diverse social media. De leuke contacten die ik heb opgedaan wil ik niet gelijk uit het oog verliezen. Ook schrijf ik alvast wat vooruit, altijd handig. Langzamerhand begint er toch iets van routine in te komen. Vanavond geen SterAllures, dus lekker op de bank hangen. Ik wil wel de dvd van the Wiz gaan bekijken die ik op mijn verjaardag heb gekregen, dat is namelijk de volgende musical die we gaan spelen. Maar de kinderen hebben andere plannen… Het wordt Once Upon a Time.

Vrijdag 17 maart
Voor de shoppingblog van vandaag ga ik met oudste dochter naar Utrecht om inspiratie op te doen. Het is de Internationale Dag van de Slaap en  ik wil daarom nieuwe dekbedovertrekken spotten. Dat lukt goed bij de Bijenkorf. Bij Miss Etam slagen we voor mooie kleding voor dochterlief. Ze is er heel blij, tot we zien dat de winkel per april dicht gaat, wat een domper. Wel knap dat we dan nog zo vriendelijk en vrolijk werden geholpen.

Zaterdag 18 maart
Na de gebruikelijke ronde boodschappen en schoon maken is het al haast weer tijd om ons klaar te maken voor een avondje uit in Breukelen. Daar speelt het Groene Hart Orkest met man en oudste dochter erin een prachtig Scandinavisch Voorjaarsconcert. Onder meer wordt verteld over het Noorderlicht, een fenomeen dat in Nederland niet is te aanschouwen. De lichten van de ambulance die een paar keer langsrijdt geven door de grote kerkramen echter bijna hetzelfde mysterieuze effect 🙂 Aan het eind mag manlief zijn gerestaureerde Hardanger viool laten zien, iets wat het publiek zeer waardeert. Dit Noorse volksinstrument zie je hier immers niet vaak.

Zondag 19 maart
Flink uitslapen en samen uitgebreid brunchen, daar zijn we wel aan toe. ’s Middags vieren we de verjaardag van ons nichtje. Ze is dolblij met haar mooie boek van tante Yvonne: De Geheime Tuin, een van mijn jeugdfavorieten. Voor Kruistocht in spijkerbroek, mijn nummer 1 aller tijden, is ze nog te jong. Maar dat moet ik toch eens gauw aan jongste zoon (al weer bijna 10) gaan voorlezen. Ik denk dat hij dat wel net zo spannend zal vinden als ik toentertijd.

Slaap lekker onder een nieuw dekbed

Het is vandaag de Internationale dag van de Slaap: een goed excuus om te gaan shoppen voor nieuwe dekbedovertrekken. Oudste dochter en ik gaan daarvoor naar de Utrechtse Bijenkorf, heerlijk om zelf het verschil te kunnen voelen tussen katoen of satijn bijvoorbeeld 😉

Voor onszelf ben ik er snel uit: aangezien we in een oranje (!) Auping-bed slapen is een dekbedovertrek van hetzelfde merk wel zo leuk. En gelukkig heeft Auping keus genoeg. Ik aarzel tussen (weer) een knalkleurige overtrek of toch de variant in groentinten: daar zitten de kleurtjes in waarmee we de nu nog retro-slaapkamer binnenkort een flinke metamorfose willen geven.Oudste dochter houdt van bloemen en valt als een blok voor de dekbedovertrekken van Pip Studio.  Zelf vindt ze die met de kleine bloemetjes het leukst, van mij mag het best wat meer knallen. Maar de blauwe rechts vinden we allebei het beste passen bij het Engelse bloemetjesbehang op haar slaapkamer.Jongste dochter (18) doet een grafische opleiding en wil dan ook een overtrek hebben met een strak dessin en niet te veel kleur. Dan past het altijd wel bij haar verder ook vrij rustige kamer, waarin alleen de trendy mint geverfde muur voor een fris kleuraccent zorgt. Het merk John Lewis spreekt haar aan, ook al is het wat minder strak en sereen dan ze gewend is.Oudste zoon heeft een New-York-kamer en daarbij past perfect het clochard dekbedovertrek van Snurk. Maar aangezien hij een kunstzinnige opleiding hoopt te gaan doen na de havo, was het met verf bespatte exemplaar ook wel leuk geweest. Jammer dat ze niks hebben met graffiti!En ook jongste zoon wordt verwend met Snurk beddengoed, toch echt mijn favoriet. Hij zeurt nog steeds over dino-behang en daar past zo’n dino-overtrek mooi bij. Maar Chewbacca uit Star Wars vind hij vast mooier, alhoewel we er eerst wel van schrokken zoals het ineens recht voor onze neus hing in de winkel.Ben jij ook zo gek op nieuw beddengoed? En wat zijn jouw favoriete merken? Was jij het eerst voor gebruik? Dat schijnt wel te moeten, maar ik vind vers beddengoed heerlijk slapen en zo glad gestreken krijg ik het nooit weer…

Dag Loes, hoi Marianne

 

Ik voel me schuldig. De flyer rolde vorige week in de bus en eigenlijk kon ik ‘m niet weggooien. Dus ging het bij de andere post in het brievenbakje op de gang. Het hoopvolle gezicht van de kandidaat waar ik bij de vorige verkiezingen op heb gestemd, gaat echter niet uit mijn gedachten. Loes Ypma van de Pvda is zo ongeveer de allerliefste politica die ik ken. Ze heeft met zachte hand, maar uitermate volhardend, de afgelopen vier jaar heel veel goed werk verricht op haar terrein: onderwijs en jeugdzorg. Gloedvol kan ze er over vertellen. Vorige week nog, op de basisschool van mijn jongste zoon waar de kinderen van groep 6 allemaal een eigen politieke partij hadden opgericht en vandaag ook een stem mochten uitbrengen.

Bij de vorige verkiezingen heb ik nog op haar gestemd, waarom nu niet? Tja, dat ligt beslist niet aan Loes, maar helemaal aan haar partij, de PvdA. Ik hoopte vier jaar geleden een verschil te kunnen  maken door in tegenstelling tot eerdere keren een stem uit te brengen op een partij die kans maakte in de regering te komen. En daarin slaagde, maar helaas op een enkele uitzondering na niet echt een stempel wist te drukken op het regeringsbeleid. Dat was wat mij betreft eens maar nooit weer. Politiek hoort niet te gaan om macht, maar om idealen, om mensen die zich willen inzetten voor andere mensen en de wereld om hen heen. Buiten de hokjes durven denken, dromen durven opschrijven, daar naar toe proberen te werken, dat zocht ik in een partij.

En dat vond ik bij de Partij voor de Dieren. Een frisse, groene, linkse partij die in tegenstelling tot vergelijkbare partijen (GroenLinks, SP) heel tevreden  is met haar plaats in de oppositiebanken. En van daaruit steeds meer weerklank vindt voor haar ideeën. Het enige minpuntje: de naam. Die had beter Partij voor de Aarde kunnen zijn. Maar goed, zoals een flyeraar fijntjes uitlegde, de naam van je geliefde ga je ook niet ineens veranderen. En Marianne Thieme heeft me prettig getroffen de paar keren dat ik haar de afgelopen tijd op televisie zag debatteren: bevlogen, sprankelend, doordacht.  Ik zie nu al uit naar haar boek De kanarie in de kolenmijn die ik cadeau krijg bij mijn lidmaatschap. Met handtekening van Marianne herself voorin 😉

PS Voor Loes hoop ik dat ze dankzij haar gedegen campagne genoeg voorkeurstemmen heeft opgehaald om toch weer in de Tweede Kamer te komen. Het is haar van harte gegund!

Ode aan mijn moeder op Internationale Vrouwendag

Mijn moeder is geen Dolle Mina. Nooit geweest ook. Ik kan me haar niet anders herinneren dan met een schort voor, nijver poetsend, de was ophangend, etend kokend voor haar dierbaren. Zonder mopperen en zeker zonder zich een sloof te willen noemen. Want op alle foto’s van vroeger zie ik de stijl terug die mijn moeder nog steeds heeft: de haren netjes in de krul en de kleding fris gewassen en gestreken. Aan haar lijf geen polonaise. En zeker ook geen acties voor de rechten van de vrouw. Zonde van de tijd, dan kun je beter ramen gaan zemen.

Toch herinner ik me uit mijn jeugd (jaja, lang geleden) iets over een stakingsactie van/voor huisvrouwen. Op het schoolplein spraken we er druk over. “Doet jouw moeder daar ook aan mee?” “Nee, en die van jou?” We vonden het maar raar. Moeders hoorden thuis te zitten met een kopje thee en een koekje. Dat onze moeders wellicht ooit andere dromen hadden gehad of nog steeds iets anders wilden, we konden het ons niet voorstellen.

Zoekend op internet ontdek ik dat de bewuste staking op 30 maart 1981 moet zijn geweest. Toen gingen vrouwen massaal de straat op om te demonstreren voor het recht op abortus: baas in eigen buik! Ja, die slogan herinner ik me nog wel. En ook hoe verontwaardigd ik was dat de partij van mijn vader, het CDA, hier tegen was. We voerden er heftige discussies over, wat het vuurtje aanwakkerde van mijn nog steeds grote politieke interesse. Leuk om de kiem hiervan zo weer terug te vinden. En goed me te realiseren dat de vrouwen van toen niet voor niets hebben gestreden.

Maar op andere gebieden dan? Ach, wat hebben vrouwen tegenwoordig nog te zeuren? We mogen werken en zorgen, precies in de verdeling die we zelf willen. We krijgen alle kansen qua opleiding en werk en verdienen (bijna) hetzelfde als mannen of soms zelfs een beetje meer. Ook op veel hoge posities zitten vrouwen, toch? Ik daag je uit: noem er eens drie? Alleen op echt belangrijke posities hoor, niet namen van actrices of zo. Zie je, dat is nog best een klus.

En dan hebben we het nog niet eens over de positie van vrouwen van andere afkomst hier in Nederland of over vrouwen in het buitenland. Daar kunnen we best wat vaker voor op de bres springen. Laten we dat vandaag op deze   Internationale Vrouwendag eens doen. En daar ook de rest van het jaar wat vaker bij stil staan. Want anno 2017 is vrouwenemancipatie nog helemaal niet zo vanzelfsprekend als bijvoorbeeld mijn dochters wel denken. Laat ze om te beginnen maar eens leren ramen zemen. En dan praten we daarna verder over de rechten van de vrouw 😉