Voor mijn sto(e)re papa, voor een Zweedse vaderdag!

Het Zweedse woord voor groot is ‘stor’, maar onze jongste zoon spreekt dat nog steeds uit als ‘stoer’.  En dat vind ik eigenlijk heel logisch. Want zeg nou zelf: zo’n grote Viking is toch eigenlijk ook heel stor… uh… stoer 😊 Ook papa is sto(e)r, dus vandaar dat we het dit jaar in de richting van Scandinavische cadeaus hebben gezocht voor Vaderdag. Gelukkig (of eigenlijk: jammer genoeg) hoef je daarvoor niet eerst helemaal naar het Hoge Noorden toe…

Je eigen hout hakken is in Zweden geen probleem. Graag zelfs, want voor al die bossen zijn er geen boswachters genoeg om de boel een beetje op orde te houden. Met deze bijl annex pizzasnijder van Xenos kun je nog geen luciferhoutje doormidden splijten vrees ik, maar cool is-ie wel. En de vulcano pizza (een geweldige Zweedse uitvinding!) wordt er vast alleen maar smakelijker van…

Wie vulkaan zegt, zegt vuur en dat herinnert me eraan dat het kampvuurseizoen alweer in volle gang is. In Zweden dan tenminste, in Nederland blijft het tobben met dit soort dingen. Geen plaats, geen vergunning, zelfs in de eigen tuin is het vaak nog een probleem om een lekker fikkie te stoken. Tot nu toe behielpen we ons met Zweedse fakkels, maar rond deze geweldige vuurkorf van Jokjor (klinkt Zweeds, is Nederlands!) durf ik gerust de hele buurt uit te nodigen.

We wonen in een gezellige buurt, daar niet van. Toch wordt het ons af en toe wat te druk en te vol. Hoe heerlijk is het dan om met je rugzakje rond te sjouwen door de koele Zweedse bossen. Een waterfles mag daarin niet ontbreken. Of wellicht wel twee. Zelf kon ik niet kiezen tussen de twee nieuwe oceaankleuren, maar Dopper heeft ook een stalen versie. Dat tijdloze design past waarschijnlijk beter bij manlief.

Die behalve water trouwens ook graag whisky mag drinken. Thuis hebben we al een kast vol staan, maar er kan altijd wel weer een flesje bij, liefst gestookt in een brouwerijtje ergens ver weg op een bijna onbewoond eiland of zo. Hoe leuk is het om in zo’n stoer glas sterkedrank niet simpel ijsklontjes te doen, maar gekoelde steentjes! Ik zag ze bij de Hema, maar ze zijn ook in een mooi zakje te koop bij Vikingstone.nl. Echte Scandinavische musthaves dus.

Over musthaves gesproken: dat gold een tijdlang voor het boek De man en het hout. Nadat manlief het had verslonden, moest ieder mannelijk lid in onze familie- en vriendenkring eraan geloven. Sindsdien is het hout voor en hout na en worden er zelfs complete violen gebouwd! Eens kijken waar het nieuwe boek Man, hout, mes toe gaat inspireren. Of zou het boek Leef Lagom (Het Zweedse geheim voor een gelukkig leven) beter aanslaan? Het zal me niks verbazen als daarin ook de nodige hoofdstukken staan over het sto(e)re buitenleven!

 

 

 

 

 

Speelnatuur Tiengemeten coolste natuurspeelplek!

Zodra ik op een boot stap, heb ik eigenlijk al een beetje vakantie. Of dat nu op het fietspontje bij ons in de buurt is of de nachtboot naar Zweden. Ook naar Tiengemeten kun je alleen maar met een veerboot en daarmee is ons uitstapje al voor de helft geslaagd. De andere helft: weidse vergezichten, bijzondere planten en dieren, lekker veel waterpret, prachtig weer, mooie musea; een dag is eigenlijk haast te kort om alles te zien. Dus zeggen we na afloop welgemeend: “Tot de volgende keer!”

Het dagje-uitgevoel begint al bij het wachten op de pont bij Zuid-Beijerland in de Hoeksche Waard, net onder de rook van Rotterdam. Gezinnen met kinderen, echtparen met toerfietsen, een enkele wandelaar/vogelspotter (te herkennen aan de verrekijker om de nek en de grote tas met fotoapparatuur op de rug): allemaal wachten ze in een relaxt meizonnetjeop de pont. Die stipt op tijd arriveert, alles en iedereen vlot inlaadt en ons in een gemoedelijke sfeer binnen een kwartiertje naar de overkant brengt.

Eenmaal van boord is het alsof de tijd heeft stilgestaan. Een uitgestrekt plattelandsgebied lijkt ons te omgeven. Overal groen om ons heen, in geen velden of wegen een auto te zien. Een slingerweggetje voert langs een dijk met volop bloeiende wilde bloemen tussen het gras. Een overstelpend concert van volop tierelierende vogels krijgen we er gratis bij. Onbekommerd slenteren we naar een groepje markante boerderijen die tot een tiental jaren terug nog als zodanig in gebruik waren.

Sinds Natuurmonumenten het eiland met alles erop en eraan heeft overgenomen hebben de gebouwen echter andere bestemmingen gekregen: behalve bezoekerscentrum voor Natuurmonumenten is er nu ook een landbouwmuseum in gevestigd, het Rien-Poortvlietmuseum (vol gezellige kabouters voor de kleintjes), een herberg (ja, je kunt op het eiland overnachten!) en een grote pannenkoekenboerderij. Het bezoekerscentrum is tevens de ingang naar Speelnatuur, een speelplek van meer dan 4,5 hectare ongerepte wildernis waar kinderen zich naar hartenlust kunnen uitleven en van alles kunnen leren over het rijke dieren- en plantenleven op het eiland. Het 5-jarig bestaan hiervan is de reden van onze komst. Straks mogen de kinderen losgaan, maar eerst is het tijd voor een lekkere lunch.

Onder het genot van een aantal gevarieerde pannenkoekenhapjes krijgen we een enthousiaste uitleg over het natuurgebied Tiengemeten. Het eiland is opgedeeld in de thema’s Weemoed, Weelde en Wildernis. Weemoed, waar we nu zitten, is het cultuurhistorische deel van het eiland met boomgaarden en knotwilgen. Hier grazen trekpaarden en vind je akkers vol weidebloemen als de klaproos. Weelde is het kommoeras midden op het eiland met natte rietlanden en waterpartijen waar veel steltlopers als de grutto en zelfs lepelaars zich thuis voelen. En Wildernis slaat op het ‘achterland’ in het zuidwesten van het eiland waar iedereen georganiseerd (met te huren fiets, tandem of huifkar) of op eigen houtje doorheen kan trekken. Alhoewel ‘slechts’ tien kilometer lang is het door deze indeling toch nog steeds mogelijk het idee te hebben dat je op een onbewoond eiland bent. Iemand die vogels wil spotten wordt niet gehinderd door het geluid van spelende kinderen en wie rustig wil wandelen wordt niet omvergereden door de zoveelste mountainbiker. Ideaal!

Na de lunch staat de huifkar klaar voor een rondje over het eiland. Zoonlief kijkt verlangend naar het water waar al wat kinderen in plonsen, maar is ook vereerd met een plekje voor op de tractor. Vanwaar hij een prachtig uitzicht heeft op onder meer de bomenrij waar een paar jonge zeearenden sinds kort hun eerste nest aan het bouwen zijn (uniek voor Nederland!) en de kudde Schotse hooglanders die ineens de weg verspert. Om de beverburcht te bezichtigen stappen we even uit, maar de familie bever is helaas niet thuis. Toch imposant om te zien wat ze hebben gebouwd, hun eigen droomkasteel met een modderglijbaan ernaast!

We waren het haast vergeten, maar het water in is uiteindelijk ook ons doel. In Speelnatuur is daarvoor een ideale mogelijkheid gecreëerd. Vanaf een klein en beschut gelegen strandje loop je zo het ondiepe water in. Kleintjes kunnen er heerlijk pootjebaden en voor de wat grotere kinderen ligt er volop materiaal waarmee ze bijvoorbeeld een vlot kunnen bouwen. Al zwemmend onder bruggetjes door en al tijgerend door tunnels kunnen de grotere kinderen ook verder het eiland verkennen. En wie weet nog veel meer avonturen beleven: de tipi van lange takken gebouwd zag er wat dat betreft al zeer aanlokkelijk uit. Ook de lange modderglijbaan blijkt niet te versmaden. Hier had zoonlief nog wel een paar uurtjes langer willen doorbrengen. Maar dat grote doolhof  vraagt om een wedstrijdje met mama: Wie vindt als eerste de uitgang? Na een frisse douche keren we om 17 uur met het laatste pontje weer terug naar huis. Voor de jarige Job aan boord draait de boot als extra traktatie een keer om z’n as: kleine moeite, groot plezier. Jammer dat het winkeltje bij de parkeerplaats al is gesloten, maar in een dorpje vlakbij scoren we toch nog een ijsje, een frisse afsluiter van een mega coole dag!

Weg met al dat oorlogstuig!

Morgen vieren we Bevrijdingsdag en daarna is de meivakantie al weer afgelopen. Dus ruim ik vandaag de slaapkamer van jongste zoon eens goed op. Verbazingwekkend hoeveel schiettuig er dan letterlijk uit alle hoeken en gaten tevoorschijn komt. Van grote plastic Nerf geweren, houten varianten daarop,  zwaarden en messen in alle soorten en maten tot tientallen, nee honderden minuscule Lego-en Playmobilwapentjes. En dat voor een jochie van 10 dat pas nog stiekem een beetje moest huilen om de film Oorlogswinter. Op een dag als vandaag puzzelt het me helemaal: kinderen en oorlogsspeelgoed: hoe ga je ermee om en: hoe kom je er (ooit) vanaf?

Vooral voor jongens is de oorlogsmachinerie op het gebied van speelgoed gigantisch. Van mini-houten zwaardjes als ze nog schattig samen riddertje spelen tot heavy games volop oorlogsgeweld. Oudste zoon vindt ze geweldig en Call of Duty is zijn favoriet. Die nu nog heel futuristisch oogt, maar met een nieuwe versie komt waarin het artwork is gebaseerd op de Tweede Wereldoorlog. In navolging van concurrent Battlefield die zich al eerder had begeven op het terrein van de geschiedenis met een game rondom de Eerste Wereldoorlog. Dus pief-paf-pauwen zowel jongste zoon van 10 als oudste zoon van 16-en-een-half lustig de  hele dag door. Maar of ze daarom ook staan te springen om echt soldaatje te gaan spelen?

Vorige maand kregen we een brief van het Ministerie van Defensie. Oudste zoon wordt dit jaar 17 en staat daarom nu ingeschreven voor militaire dienstplicht, begrepen we daaruit. Sinds 1997 worden er geen dienstplichtigen meer opgeroepen, maar in heel uitzonderlijke situaties zou dat wel kunnen gebeuren. Dat was even schrikken voor onze boy. Die het vervolgens oneerlijk vond dat zijn oudere zussen niet zo’n brief hadden gehad. Vanaf volgend jaar worden echter ook meisjes die hun sweet seventeen vieren ingeschreven. Zullen onze kleine nichtjes blij mee zijn. Misschien moet ik die maar laten spelen met roze speelgoedgeweren en ander meidenproof schiettuig? Kunnen ze alvast oefenen voor als het toch eens ergens mis gaat in de wereld… Of ben ik dan te cynisch?

Hoe denk jij over oorlogsspeelgoed? Mogen je kinderen daarmee spelen? Zowel zoon- als dochterlief of maak je daar toch verschil tussen? En wanneer stel je er paal en perk aan?

De 11 leukste jongenscadeaus, voor als je 10 wordt!

Jongste zoon is 10 jaar geworden! Een hele mijlpaal en ook weer een hele klus om leuke cadeaus te verzinnen. Terwijl er toch genoeg te vinden is op het gebied van natuur, wetenschap en creativiteit, de belangrijkste trefwoorden bij onze zoektocht. Maar die 10 is zo’n magisch getal dat de cadeaus ook superfantastisch moesten zijn. Zijn we geslaagd? Oordeel zelf 🙂

Van papa kwam er eindelijk het zo vurig gewenste zakmes, met zelfs een klein zaagje erin. En nieuwe Crocs, zijn favoriete schoeisel, in een stoere camouflageprint.

Mama vond de tijd nu wel rijp voor het grote alomvattende boek Het raadsel van alles wat leeft. Daarbij een mooie set om zelf een mieren-aquarium te bouwen. Ben benieuwd wat  de mieren in onze tuin ervan vinden…

Van grote zus 1 een scratch wereldkaart (waarop je alle landen kunt wegkrabben waar je bent geweest) en een set om zelf een vulkaan mee te bouwen en te laten uitbarsten. Daar is de Etna vast niets bij…

Grote zus 2 twijfelde tussen twee dozen speelgoed die allebei genonimeerd waren voor Speelgoed van het Jaar 2016: de Stikbot Zanimation Studio waarmee je zelf animatiefilmpjes kunt maken of de 3d-doodler startset waarmee je in 3d kunt tekenen. Het Fantastic Beasts kleurboek moest er sowieso bij, iedereen is fan.

De knaller kwam natuurlijk van grote broer: een voetbaldoel met daarbij een voetbal van de favoriete club: hopelijk schieten ze die niet gelijk over de schutting heen… En dat elfde cadeau? Een hoesje voor om de mobiel die jongste zoon afgelopen zomer al had gekregen, alleen om Pokemon Go te spelen hoor! In de kleur rood, toch echt zijn favoriete kleur.

Nou, zijn dit magische cadeaus of niet? Of zou je iets heel anders voor je 10-jarige hebben gekozen? Laat het me weten, ik ben benieuwd!

Wat ga jij doen op de Dag van de Aarde?

Vorig jaar ging ik op de Dag van de Aarde (22 april) op pad om te zien wat er her en der in het land gebeurde. Naarmate de grote dag naderde, bleken dat steeds meer leuke evenementen te zijn: van toespraken van de duurzaamste Nederlander (met de toepasselijke achternaam Groen!) tot workshops wildplukken. Moeilijk kiezen, maar uiteindelijk werd het Kerkrade, Delft en Amsterdam. Wat ik dit jaar ga doen? Dat lees je later nog 😉

Voor mijn bezoekje aan Kerkrade moest ik al om 6 uur opstaan. De zon liet op dat tijdstip net haar gezicht boven de einder zien, wat ik beloonde met een welgemeende zonnegroet. Na een aards ontbijt van yoghurt met veel granen fietste ik bepakt en bezakt richting station, voorbereid op een langdurige treinreis naar het zuiden des lands. Geen straf, want zelfs in Amerika weten ze inmiddels hoe mooi Limburg is. Onlangs werd zelfs de Parkstad Limburg, waartoe ook Kerkrade behoort, bekroond met de prestigieuze Tourism for Tomorrow Award 2016, als beste reisbestemming ter wereld! De regio kreeg deze prijs vanwege de transformatie van grijs mijnbouwgebied tot boeiende toeristische bestemming met voor elk wat wils.

Astronaut
Dat dit geen loze praat is, kon ik zelf aanschouwen in het Columbus Earth Theater, pal naast het station in Kerkrade. Hier was ik uitgenodigd om een expositie te komen bekijken met NASA-foto’s van de Aarde in de loop der jaren, met als thema de gevolgen van de klimaatverandering. Vervolgens kreeg ik in de speciale bioscoopzaal (Europa’s eerste National Geographic theater) een film te zien waarbij het leek alsof ik a la astronaut André Kuipers door de ruimte vloog. De hele entourage – een reling van waarachter ik naar beneden kijkend een rond scherm zich zag openen, met een grandioos uitzicht op de Aarde – maakte dit tot een onvergetelijke ervaring. Helaas had ik geen tijd het aangrenzende Continium Discover Center te bezoeken, maar ook dit zag er zeer interessant uit. De moeite waard om nog eens terug te komen dus!

Zaadbom
In Delft was in het Rietveldtheater een Aards café georganiseerd. Een activiteit speciaal gericht op kinderen ditmaal, die onder meer workshops mochten doen zoals zelf een zaadbom maken of een schilderij van ‘natuurvondsten’. Activiteiten waar je beslist ‘vieze’ handen van kreeg, dus de volwassenen bleven bedremmeld aan de kant staan en keken toe hoe de jeugd zich voortvarend hierop stortte. Vooral kinderen van een nabijgelegen Vrije School bleek later, die als openingsact van de middag ook al met net zoveel enthousiasme en toewijding een prachtig lied over de Aarde hadden gezongen. Het evenement was een eenmalige activiteit, vertelde organisatrice Alice Koenen, maar gezien het succes is ze volgend jaar vast van plan weer iets met de Dag van de Aarde te doen.

Brievenbuspost
Ook Pakhuis de Zwijger in Amsterdam opende dit jaar voor het eerst zijn deuren voor geïnteresseerden in een viering van de internationale Dag van de Aarde. Zo’n honderd man waren net als ik af gekomen op (vooral) de vertoning van de spectaculaire nieuwe natuurfilm Les Saisons van de internationaal bekroonde filmregisseur Jacques Perrin, voorafgegaan door een aantal toespraken van wetenschappers, politici en jonge ondernemers. Die laatste groep pitchten interessante concepten om veel meer met de daken in de stad te doen (Rooflife), voor de stad van de toekomst (Urban Greeners), om gezamenlijk feesten te organiseren in de natuur (Fête de la Nature), om mensen te leren bijen te houden (Wellbeeing) en om met brievenbuspost bijzondere planten met een verhaal te versturen (MountGreen).

Spirit
En zo werd op 22 april niet alleen in Nederland, maar overal ter wereld onze kostbare aardbol extra in het zonnetje gezet en vertroeteld. Ook dit jaar gonst het al weer van de goede wensen en ideeën. Laten we die spirit vasthouden en er iedere dag weer een Dag van de Aarde van maken. Dat is de Aarde wel waard!

Wat ga jij dit jaar doen op de Dag van de Aarde? Wie weet komen we elkaar wel tegen 🙂

Passie voor Pasen

Pasen, vieren we dan het voorjaar, genieten we vooral van lekker eten of staan we stil bij het geloof? En in het laatste geval: wiens geloof dan eigenlijk? In deze stille week een mooie vraag.

Voor de meeste mensen is Pasen net zoals Kerstmis een familiefeest waarbij je verplicht met elkaar aan tafel moet zitten voor een uitgebreide brunch, bijna naadloos gevolgd door een omineus diner. Alhoewel in het voorjaar met lekker weer een barbecue gelukkig ook is toegestaan. De week voor Pasen wordt dan ook gevuld met het hele huis spik en span maken, inkopen doen, naar de kapper gaan, nieuwe kleding kopen… kortom: druk, druk, druk.

De laatste jaren zorg ik ervoor dat ik niet pas zondag, maar al donderdag klaar ben met alle drukte. Met het ademloos kijken en vooral luisteren naar The Passion begint voor mij al het paasweekeinde.  Het is een prachtig concept: het lijdensverhaal van Jezus Christus prime-time op televisie, met bekende artiesten die ons met behulp van mooie songs meenemen langs het Laatste Avondmaal, de Judaskus, de drie keer kraaiende haan bij Petrus en het gruwelijke ophangen van Jezus aan het kruis. Op Goede Vrijdag nog wel… Gelukkig weten we dat hij een paar dagen later weer uit de dood opstaat, toch een happy end 😉

Het is een daverende spektakel midden in die stille week en tegelijk een mooi begin van Pasen. Een feest dat voor mij eigenlijk tot voor een paar jaar geleden ondanks mijn rooms-katholieke achtergrond niet meer was dan de markering van het begin van het voorjaar. In mijn jeugd ben ik wel eens in de kerk bij een zogenoemde kruisgang geweest: een rijkelijk bewierookte tocht langs de schilderijen in de kerk die de lijdensweg afbeelden van Jezus Christus, voorzien van de nodige gebeden. Ik vond het nooit zo mijn cup of tea eerlijk gezegd. Terwijl ik het nu wel indrukwekkend vind hoe een meer dan levensgroot kruis bij The Passion door grote groepen mensen langs de straten van een stad wordt gedragen. Ieder heeft zijn eigen verhaal, zijn eigen redenen om hierbij te zijn, en juist dat maakt die tocht zo bijzonder.

Ik word dan ook kwaad als ik lees over een paar rooms-katholieke scholen die met Pasen het kruis in de ban doen, om de islamitische ouders te behagen… Afgezien van de vraag of die ouders hierom hebben gevraagd (zouden ze echt zo respectloos zijn?) ondergraaf je hiermee wel heel erg de grondslag van het christelijke geloof.  En daarbij: als The Passion alle geloven kan samenbrengen, moet dat op kleinere schaal toch ook kunnen? Ik zou zeggen: probeer het eens, met Pasen of bij een andere gelegenheid. En laat het me vooral weten: ik kom er graag verslag van doen!

Made with love

Handwerken en journalistiek, gaat dat samen? Nou, ik dacht het wel! De tijdschriften over breien en haken met name schieten als paddenstoelen uit de grond en ik schrijf dan ook al regelmatig voor deze en gene over dit onderwerp. Heerlijk hoe zo hobby en werk naadloos in elkaar overvloeien! Maar hoe  is het allemaal begonnen en hoe ben ik eigenlijk zo’n handwerk-ster geworden?

Het eerste lapje
Op mijn 8e jaar leerde ik breien, in wat toen nog de eerste klas van de lagere school heette, groep 3 nu. Ik weet nog goed hoe lastig ik het vond om het onder de knie te krijgen en hoe ik zat te ploeteren op mijn eerste lapje. In de wetenschap dat ik er zo zes moest maken, want uiteindelijk moest het een mooie speelkubus gaan worden. Gelukkig breide mijn vader stiekem ’s avonds een paar pennetjes mee. Alhoewel stiekem…  Aan zijn regelmatige steek en de toch net iets minder groezelige kleur van de gebreide ribbels kon de juf prima zien dat ik het niet allemaal zelf had gedaan. Maar gelukkig zei ze daar niets over 🙂

Modelbreister
Op mijn 15e breide ik me een slag in de rondte, zo te zien aan de vele foto’s van mezelf in zelfgebreide truien. Ik hield er zelfs een leuk bijbaantje aan over: modelbreister voor een grote breimodezaak in Arnhem. Iedere maand leverde ik een gebreide tui af die vervolgens mocht pronken in hun etalage, superleuk! De paar tientjes die ik daarvoor kreeg, spendeerde ik vanzelfsprekend gelijk weer aan nieuwe garens…

Breikriebels
Tussen mijn 20e en 30e lag het breien een beetje stil. Er waren niet zoveel handwerkzaken meer en tja: breien was eigenlijk gewoon ‘uit’. Pas toen er kinderen kwamen, kreeg ik weer de breikriebels. Niet dat ik nou dagelijks zat te breien, zoveel tijd had ik nou ook weer niet over met drie kleine kinderen, maar ze hebben allemaal wel een paar zelfgebreide dingen van me gekregen.

Hoofdredacteur
Na een opleiding styling was ik toe aan een switch in mijn carrière. Ik werd hoofdredacteur van een handwerkblad. Geen patronenblad, maar een vakblad over handwerken uit alle landen, van alle tijden, en in alle soorten. Met mijn 38 jaar was ik nog best jong voor die functie- veel lezeressen hadden al bijna het dubbele aantal jaren bereikt- maar aan mij de schone taak het blad en het lezerspubliek enigszins te verjongen. In die tijd (rond 2005) kwam de breibeweging Stitch&Bitch vanuit Amerika naar Nederland overwaaien waardoor breien weer helemaal hip werd. Niet veel later gevolgd door haken, dat ik als kind wel had geleerd maar nooit had toegepast.

Granny square boekjes
Hoog tijd dus om een haaknaald tevoorschijn te halen en daarmee (weer) iets te gaan doen. In een Flow vakantieboek las ik over granny squares haken en dat vond ik geweldig, vooral vanwege het feit dat je heel simpel in zo’n klein vierkantje met wat andere kleuren steeds een ander effect kunt bereiken. Het daagde me zo uit dat ik uiteindelijk de stoute schoenen aantrok en bij Forte Uitgevers vroeg of ik voor hen een boekje mocht maken over granny squares. Het werden er zelfs 2 (en een 1/2 als ik mijn bijdrage aan het kerstballen-haakboek meetel).

Yarnie
Na een korte episode als eigenaresse van een speelgoedwinkel keerde ik terug in de journalistiek en grappig genoeg komen de twee lijntje nu samen. Voor Simply Breien schrijf ik al sinds 2013 een rubriek met tips en berichtjes over breien en voor Breiclub.nl heb ik onlangs de eindredactie gedaan van het nieuwe tijdschrift Yarnie. Nu dat klaar is heb ik weer even tijd en vooral heel veel zin om weer meer te breien en te haken, nieuwe uitdagingen aan te gaan op dat gebied, wellicht weer een nieuw boekje te produceren (iemand een idee, roept u maar!), haakcadeautjes te maken etcetera.

Toitoi
De toitois voor mijn collega’s van SterAllures waren daarvoor een goede aanzet. Alhoewel een simpel patroontje was het toch een klus de welgeteld 32 roosje te haken, af te werken en tot een fraaie  sleutelhanger te transformeren. Met echter superleuke reacties tot gevolg. Waardoor ik me realiseerde: zie je wel, ik kan het wel! Breien en haken is veel te leuk om te doen en dat moet ik niet laten verpesten door smoesjes als: geen tijd, het wordt niet mooi, ik weet niet wat ik moet breien/haken. Als ik eenmaal bezig ben, vergeet ik namelijk alles om me heen en vind ik het heerlijk iets moois te maken. Dus mag ik best weleens trots over mezelf zeggen: ik ben niet alleen journalist maar ook een handwerk-ster!

Wil jij ook een handwerk-ster worden? Gewoon gaan breien of haken dus en doorgaan! Want hoe meer je doet hoe beter je er in wordt. Misschien ontdek je dan wel een nieuwe passie en geef je straks ook je eigen boekjes uit. Ik weet nog wel een goede correctrice hiervoor 😉

 

 

 

 

Pennen in the picture

Een van mijn eerste herinneringen is hoe ik ingespannen in de weer ben met een pen en een piepklein notitieboekje. Echt schrijven kon ik nog niet, maar het eindeloos maken van krulletjes en streepjes vond ik geweldig. Blijkbaar zat het schrijven er al jong in 😉 Alhoewel de computer tegenwoordig mijn voornaamste instrument is, kan ik nog steeds intens genieten van het schrijven met een mooie pen. De hoogste tijd voor een shoppingblog hierover!

Mijn lievelingspennen zijn de pennen van de Hema. Ik koop ze steeds in een ander kleurtje en vooral de kleine spreuken erop (Just imagine, Be extraordinary, Be you) vind ik erg leuk. Heel inspirerend om hiermee een boodschappenlijstje of een idee voor een nieuw artikel op te tekenen. Daarover gesproken: de pennen lijken enigszins op de pennen van Caran d’Ache, mijn favoriete potlodenmerk (je weet wel, van de dozen met de Mont Blanc erop).

Zo’n doosje kleurpotloden van Caran d’Ache kreeg ik al op de basisschool, evenals de Parker-pen met mijn naam erin gegraveerd. Grappig dat precies hetzelfde feloranje exemplaar nog steeds bij de Bijenkorf wordt verkocht. En dat me nu pas opvalt dat de clip een sierlijke pijl is. De betekenis van mijn naam is namelijk: boogschutster met de iepenhout boog. Hoe toepasselijk!

Ook toepasselijk zou het zijn om een pen te hebben van het merk Waterman, mijn sterrenbeeld. Ze zijn best sjiek, maar ook zeer design, zie ik bij bestudering van de website. De uitleg van de serie Perspective spreekt me echter wel aan: “Verfijnd geëtste, grafische lijnen weerspiegelen het heldere samenspel van staal en glas in een ultramodern stedelijk landschap en vormen een perfecte visie op creatieve vrijheid.” Hmm, misschien moet ik toch eens gaan sparen voor de aanschaf van zo’n fraai aqua-kleurig exemplaar?

Ook toepasselijk zijn de retro pennen van Kikkerland, een Nederlands design-merk dat ik voor het eerst ontdekte tijdens onze rondreis door Amerika. De pennen refereren aan de serie Madmen en zien er inderdaad uit alsof ze daar zo op de jaren-50 bureaus zouden kunnen rondslingeren. Aangezien ik zelf ook niet vies ben van een beetje vintage zou ik best zo’n setje willen uitproberen. En dan plant ik ze in de betonnen pennenbak, geweldig dat je daar ook echt plantjes in kunt doen. Een beetje groen mis ik nog wel op mijn bureau!Want zo groen als onze woonkamer is, zo kaal is mijn werkkamer annex kantoor nog eigenlijk. Niet alleen voor de sfeer maar ook qua duurzaamheid zou ik dat best willen veranderen. Dat ik alleen ‘mislukte printjes’ van het werk van mijn man gebruik als kladpapier is een begin. Maar misschien is een relatiegeschenk in de vorm van een pen van het duurzame materiaal kurk ook een goed idee. En voor de stylish verantwoorde touch zet ik dan de pauwenveer-pen van Hay erbij, kan ik daarmee voortaan al mijn wooninspiratie vastleggen!

Zit jouw lievelingsspen hierbij? Of heb je een andere favoriet? Schrijf je überhaupt nog weleens ouderwets met de hand? Laat het me weten, dan heb ik straks misschien weer een nieuwe pen gevonden om de puntjes mee op de i te zetten 😉

Rupsje Nooitgenoeg

Deze week is het Boekenweek: een mooi moment om eens in mijn eigen boekenkast te duiken. Ik stelde een Top-5 samen van boeken die ‘Typical me’ zijn.

1: Pippi Langkous – Astrid Lindgren
“Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan.” Die stoere uitspraak van Pippi Langkous is door de jaren heen steeds mijn lijfspreuk gebleken. Onbewust eigenlijk, want over in het diepe duiken denk ik nooit zo lang na, dat doe ik gewoon. En dus ging ik als 17-jarige naar de School voor de Journalistiek, was ik op mijn 23e eindredacteur van een huis-aan-huisblad in Rotterdam, liet ik me met 36 jaar omscholen tot stylist, werd ik nog ruim voor mijn 40e verjaardag hoofdredacteur van een vaktijdschrift voor handwerksters, opende ik als 42-jarige een speelgoedwinkel en ontdekte ik op mijn 49e het bloggen. Omdat ik het nu eenmaal leuk vind nieuwe dingen uit te proberen, omdat mijn nieuwsgierigheid onbegrensd is en omdat er nog steeds zoveel te ontdekken is in de wereld.

2: Werkwijzer voor journalistiek denken en doen – Piet Heil
De journalistiek is bij die ontdekkingsreis een perfect hulpmiddel. “Journalistiek, dat is van alles”, was een gevleugelde uitspraak van mijn lievelingsdocent Piet Heil. Bij wijze van spreken over een spijker zou je al een goed verhaal moeten kunnen schrijven, vond hij. Iets wat ik toen betwijfelde, maar inmiddels volledig onderschrijf. Als je ergens induikt, je interesseert voor het verhaal achter de mens, een project, een gebeurtenis, dan ontdek je inderdaad dat er altijd iets over te vertellen valt en meestal meer dan je wellicht dacht. Dat op te schijven en zo door te vertellen, maar er gaandeweg zelf ook het nodige over leren, dat is nog steeds wat me zo aanspreekt in de journalistiek. Door mijn eerste artikel voor Krant van de Aarde over groene kinderopvang ben ik zelf gaandeweg ook steeds duurzamer gaan leven bijvoorbeeld en door de interviews met ecobloggers kreeg ik zelf ook (weer) zin om te gaan bloggen.

3: Oei, ik groei! – Frans Plooij en Hetty van de Rijt
Ik ben eerst journalist en dan pas moeder, heb ik altijd gezegd. Wat niet wil zeggen dat mijn kinderen niet een ontzettend grote plaats in mijn leven innemen, integendeel zelfs. En vooral toen ik net moeder was, wilde ik vanzelfsprekend alles afweten van opvoeden, het ouderschap, babykwaaltjes en wat dies meer zij. Dit boek bleek een goede leidraad te zijn. Nog steeds zeggen manlief en ik tegen elkaar bij iedere puberuitbarsting: “Groeisprongetje in aantocht zeker?” Om dan rustig af te wachten tot de bui over is en de betreffende puber zich van een nieuwe (welhaast volwassen!) kant toont 😉

4: Een wereld vol granny squares – Yvonne Koop
Dankzij mijn vier kinderen heb ik zelf ook de nodige groeisprongetjes gemaakt, met name op creatief gebied. Tijdens de zwangerschap van oudste dochter (1996) leerde ik schilderen en decoreren (voor een kinderkamer van 1001 nacht), voor jongste dochter (1998) leerde ik naaien (voor een echte prinsessenkamer), voor oudste zoon (2000) ontwierp ik een persoonlijke website en voor jongste zoon zocht ik in 2007 stad en land af om een überhippe Delftsblauwe babykamer in te richten. Voor oudste nichtje ging ik aan de slag met haken: de granny squares werden zo mijn ding dat het zelfs resulteerde in twee boekjes van mijn hand hierover. Die trots in mijn boekenkast staan te prijken naast de boeken van andere (haak-)creatievelingen.

5: Shoot! – Anki Wijnen
Creativiteit en journalistiek combineren, dat is wat ik nu onder meer met bloggen hoop te gaan doen. Het laatste vak van mijn boekenkast wordt daarom zo langzamerhand steeds meer gevuld met boeken over bloggen, fotograferen, illustreren, handlettering en stempelen. Alhoewel ik nog steeds graag en veel schrijf, vind ik het (weer) steeds leuker om te fotograferen, wil ik meer met styling gaan doen en kriebelt het om een nieuw handwerkboekje te maken. En het wie weet ga ik mijn kennis en ervaring niet alleen delen via het bloggen maar ook via cursussen, bijvoorbeeld in creatief schrijven, journalistiek bedrijven of een eigen tijdschrift oprichten. Creativiteit is namelijk van alles en ik vind het allemaal even leuk!

Zo zie je maar, van een lijstje boektitels kom ik zo op een totaal nieuwe toekomstvisie, typical me 😉 Maar wel eentje die me superenthousiast en blij maakt. Heb jij ook van die boeken waarvan je gaat stuiteren, die je een goed gevoel geven over jezelf en de dingen doet? Wat is je meest inspirerende boek wat dat betreft? Welk boek zou ik beslist (ook) nog moeten gaan lezen? Ik lees het graag 😉

Tadaa, de tandenfee is in aantocht!

Mijn oudste dochter overkwam het al met net 5 jaar, jongste zoon moest bijna tot z’n 6e verjaardag wachten… het wisselen van het eerste tandje! Altijd weer een bijzonder moment en ook een beetje verdrietig. Het lijkt nog maar zo kort geleden dat het eerste tandje van je kleine doorkwam. En nu moet je wennen aan wiebeltanden en fietsenrekken, daar zijn jij en je kind wel een paar jaartjes zoet mee. Wat je ook doet met de losse tand – onder het kussen laten leggen, in een mooi zakje of doosje doen – maak er een bijzonder moment van. Het is toch weer een mijlpaal in het leven van je kind!

Voor mijn oudste nichtje kocht ik laatst een doosje Playmobil met een grote tand erbij ofwel een doosje waarin ze haar eerste wisseltandjes kan doen. Een paar zitten al wel een half jaar los, maar er uit vallen ho maar. Misschien kan er binnenkort iets in het doosje. Ze heeft er in ieder geval al keurig netjes haar naam op geschreven.

Zelf bewaar ik de tandjes van jongste zoon (met bijna 10 is hij al aan het kiezen wisselen) in een bewaarsysteem van Lumage. In de schuimrubber vorm kun je het hele kindergebitje kwijt. Zoonlief zelf vindt dat nogal griezelig – iets te veel vampierenverhalen gelezen/gezien misschien? – maar ik koester het kleinood. En voor hemzelf maak ik iedere keer een mooie foto van de lege plek die de wisseltand heeft achtergelaten. Dat wordt vast een stoere collage, ooit!

In mijn speelgoedwinkel verkocht ik houten tandendoosjes, niet zo groot, maar ideaal om de eerste paar tandjes in te doen. Die zijn toch het schattigst 😉 Je kunt de houten doosjes tegenwoordig in allerlei kleurtjes en met allerlei figuren erop krijgen, maar ik vind  de nostalgische doosjes het leukste.

Wil je echt iets bijzonders doen met de eerste tandjes, dan is een zilveren sieraad wellicht een idee. Zelf denk ik aan een tandje in een ketting verwerkt, of zal ik van alle vier een tandje in een bedelarmbandje bij elkaar laten zetten? Maar je kunt er ook een medaillon van laten maken of andere fraaie hangertjes, zag ik bijvoorbeeld via Etsy.


En last but not least kun je natuurlijk ook altijd zelf een doosje knutselen samen met je kleine. Dat kan een klein rond houten doosje zijn zoals je wel eens ziet bij Xenos of de hobbywinkel en dat je samen leuk beschildert, of gewoon een luciferdoosje. Met een mooi papiertje eromheen maak je daar al gauw een schattig bewaardoosje van. Ben je niet zo handig met knutselen, dan kun je ook deze printable gebruiken.

En jij? Heeft jouw kindje al gewisseld? Of gaat het dat binnenkort doen? Wat doe je (dan) met het eerste tandje. Ik hoor het graag!